Hoeveel zonnepanelen nodig voor 2 personen: complete gids
Een gemiddeld Belgisch tweepersoonshuishouden verbruikt ongeveer 2.350 kWh per jaar en heeft daardoor typisch 6 tot 7 zonnepanelen van 400 Wp nodig. In de praktijk schommelt dat aantal sterk door dakoriëntatie, schaduw en vooral door wanneer jullie stroom verbruiken.
Dat is meestal de situatie waarin koppels mij contacteren. De factuur voelt te hoog, het dak lijkt geschikt, maar online leest de ene site 5 panelen en de andere 8. Voor Belgische woningen klopt allebei soms, omdat de rekensom niet stopt bij het aantal bewoners. Een tweepersoonshuishouden in een appartement zonder grote verbruikers is iets helemaal anders dan een koppel in een rijhuis met inductiekoken, thuiswerk en plannen voor een laadpaal.
Published by Paul.
Uw situatie als koppel in kaart
Tom en Sara wonen in een rijhuis in Antwerpen. Overdag draait er vaak een laptop, ’s avonds wordt elektrisch gekookt, en de wasmachine loopt pas na het werk. Op papier lijken zij een eenvoudig tweepersoonshuishouden. In een offerte zijn ze dat zelden.
De fout zit meestal in een te snelle vuistregel. Ja, voor een Belgisch koppel wordt vaak gerekend met 2.350 kWh per jaar, wat je als eerste inschatting ook terugvindt in de Belgische verbruiksgids van Eneco. Ja, daar kom je vaak uit op ongeveer 6 tot 7 panelen van 400 Wp. Maar dat is alleen een bruikbaar vertrekpunt als het dak goed ligt en het verbruik min of meer samenvalt met de zonneproductie.
Daar wringt het vaak.
Ik merk bij koppels vooral drie punten die in een snelle online berekening ontbreken. Een oost-westdak geeft een andere productiecurve dan een zuiddak. Verbruik dat vooral na zonsondergang valt, maakt een installatie op papier minder interessant in directe zelfconsumptie. En een thuisbatterij is voor twee personen lang niet altijd rendabel, behalve als het dag-nachtpatroon daar echt om vraagt.
Waar koppels zich vaak op verkijken
Twee woningen met hetzelfde jaarverbruik kunnen een heel andere PV-oplossing nodig hebben. Een koppel dat overdag thuiswerkt, haalt meer direct voordeel uit dezelfde panelen dan een koppel dat pas vanaf 18 uur veel stroom vraagt. Dat verschil zie je niet op de jaarafrekening alleen.
In de praktijk deel ik tweepersoonshuishoudens meestal zo in:
Basisprofiel. Beperkt elektrisch koken, weinig toestellen overdag, geen grote verbruikers in aantocht. Hier blijft een compacte installatie vaak logisch.
Klassiek profiel. Thuiswerk, vaatwasser, wasmachine en een normaal avondverbruik. Hier klopt de vuistregel vaak redelijk, maar alleen na controle van oriëntatie en schaduw.
Groeiend profiel. Plannen voor een laadpaal, warmtepomp of duidelijk meer dagverbruik. Dan is een standaardmaat vaak te klein of moet je nu al rekening houden met latere uitbreiding.
Wie alleen naar het aantal panelen kijkt, mist de kern. Het juiste vertrekpunt is het verbruiksprofiel, daarna pas het dak.
De eerste inschatting voor een Belgisch koppel
Ik begin bij een koppel altijd met twee vragen: hoeveel stroom verbruiken jullie echt op jaarbasis, en wanneer gebeurt dat verbruik? Pas daarna kijk ik naar paneelvermogen, omvormerkeuze en legplan. Dat voorkomt dat 7 panelen automatisch als juist antwoord uit de bus komen, terwijl 6 beter kunnen passen op een oost-westdak, of 8 net logischer zijn door extra dagverbruik.
Een concreet voorbeeld. Tom en Sara zitten rond het klassieke tweepersoonsverbruik en hebben plaats voor 7 panelen van 400 Wp. Op een gunstig zuiddak is dat vaak een nette match. Ligt datzelfde dak oost-west, dan spreidt de productie mooier over de dag, maar de totale jaaropbrengst ligt meestal wat lager. Voor een koppel dat vooral ’s avonds verbruikt, verandert de rekensom opnieuw, want dan telt niet alleen wat de installatie produceert, maar ook wat je meteen zelf gebruikt.
Daarom is deze openingsfase belangrijk. De vuistregel van 2.350 kWh en 6 tot 7 panelen blijft nuttig, maar pas nadat je ze toetst aan het dak, het woonritme en de kans dat een batterij later echt iets oplost.
Het werkelijke verbruik van twee personen
Een koppel in een rijwoning in Mechelen verbruikt op papier soms bijna hetzelfde als een kleiner gezin met zuinige gewoontes. Ik zie het in de praktijk elke week. Het aantal bewoners geeft een eerste richting, maar voor zonnepanelen telt vooral welk vast basisverbruik er altijd draait en hoeveel stroom overdag wordt gebruikt.
De klassieke referentie van ongeveer 2.350 kWh per jaar voor twee personen blijft bruikbaar als startpunt, onder meer zoals samengevat door KBC in hun uitleg over het aantal zonnepanelen. Alleen zit de fout vaak in de interpretatie. Dat cijfer helpt om snel naar 6 à 7 panelen te rekenen, maar zegt nog niets over zelfverbruik, dakligging of de vraag of een batterij later zin heeft.

Waarom een tweepersoonshuishouden geen simpele verdubbeling is
Een deel van het verbruik loopt gewoon door, ook als er maar één persoon thuis woont. Denk aan koelkast, modem, ventilatie, standby-verbruik, vriezer en een stuk verlichting. Bij twee personen stijgt het totaalverbruik wel, maar veel van die basislast wordt gedeeld. Daardoor kom je in de praktijk zelden uit op een nette verdubbeling tegenover een alleenstaande.
Wie wil begrijpen wat zo'n jaarverbruik precies betekent, vindt de basis in deze uitleg over wat een kilowattuur precies is.
Jaarverbruik alleen is te grof
Voor de dimensionering van zonnepanelen kijk ik niet alleen naar de afrekening, maar ook naar het ritme in huis. De Vlaamse Nutsregulator licht toe dat verbruik vaak wordt opgesplitst in dag- en nachtverbruik via hun informatie over energieverbruik. Net daar zit voor een koppel vaak het verschil tussen een installatie die mooi rendeert en een installatie die vooral veel injecteert.
Een eenvoudig praktijkvoorbeeld. Twee personen verbruiken samen ongeveer 2.350 kWh per jaar. Op een zuiddak kom je dan technisch vaak uit op 7 panelen van 400 Wp. Maar als beide overdag uit werken en het grootste verbruik pas na 18 uur valt, blijft het aantal panelen misschien gelijk terwijl het directe zelfverbruik duidelijk lager ligt. Op een oost-westdak zie ik dan regelmatig een interessantere spreiding over de dag, zelfs als de jaaropbrengst wat zakt.
Welke toestellen het verschil maken
Bij koppels sturen meestal deze verbruikers de uitkomst:
Basislast die altijd draait. Koelkast, router, ventilatie en sluimerverbruik vormen samen een vaste onderlaag.
Verbruik overdag. Vaatwasser, wasmachine, thuiswerk, elektrisch koken over de middag en een boiler op timer verhogen het directe gebruik van zonnestroom.
Verbruik na zonsondergang. Verlichting, televisie, koken in de avond en later eventueel laden van een elektrische wagen drukken het directe zelfverbruik.
Daarom is 2.350 kWh voor mij een bruikbare vuistregel, geen eindantwoord. Voor een tweepersoonshuishouden met veel dagverbruik volstaan 6 tot 7 panelen vaak prima zonder batterij. Bij veel avond- en nachtverbruik blijft dezelfde installatie technisch logisch, maar de stap naar een batterij wordt pas interessant als dat patroon structureel is en er genoeg zonnestroom overdag overblijft om ze ook echt te laden.
De rekensom stap voor stap uitgelegd
Een koppel in Mechelen verbruikt 2.350 kWh per jaar. Op papier lijkt de uitkomst simpel: deel dat verbruik door een realistische Belgische opbrengst en vertaal naar panelen. In de praktijk kijk ik daarna meteen naar het dak, het verbruiksprofiel en pas op het einde naar de vraag of een batterij iets toevoegt.
Van jaarverbruik naar paneelaantal
Ik reken deze oefening meestal in vier stappen.
Start met het echte jaarverbruik De jaarafrekening blijft de beste basis. Voor twee personen is 2.350 kWh een bruikbare vuistregel, maar ik dimensioneer liever op jullie gemeten historiek dan op een gemiddeld profiel.
Bepaal een realistische opbrengst voor uw dak Een goed zuiddak mag je anders inschatten dan een oost-westdak. Ook schaduw, hellingshoek en beschikbare ruimte wegen mee. Hier loopt het vaak fout in online rekentools, want die doen alsof elk dak hetzelfde presteert.
Zet kWh om naar kWp en daarna naar panelen Neem het jaarverbruik en deel dat door de verwachte opbrengst per geïnstalleerde kWp. Daarna deel je de benodigde kWp door het vermogen van één paneel. Werk je met panelen van 400 Wp, dan kom je voor een klassiek tweepersoonshuishouden vaak uit in de vork van 6 à 7 panelen.
Toets de uitkomst aan het werkelijke gebruik Dat is de stap die op offertes vaak ontbreekt. Een installatie kan correct gedimensioneerd zijn en toch minder interessant renderen als bijna al het verbruik pas 's avonds valt.
Voor wie dat zelf wil narekenen, staat de formule ook helder uitgelegd in deze gids over aantal zonnepanelen berekenen.
Concreet Belgisch rekenvoorbeeld
Neem een tweepersoonshuishouden met een jaarverbruik van 2.350 kWh en panelen van 400 Wp.
Op een goed zuiddak kom je in de praktijk vaak uit op ongeveer 2,4 kWp nodig vermogen. Dat betekent meestal 6 panelen, of 7 panelen als je wat marge wilt voor toekomstige verbruikers of minder gunstige maanden.
Op een oost-westdak blijft die vuistregel van 7 panelen vaak overeind, maar om een andere reden. Niet omdat het gezin plots meer verbruikt, wel omdat de opbrengst per paneel anders over de dag en over het jaar verdeeld is.
Dat verschil is belangrijk. Een zuiddak geeft meestal een hogere middagpiek. Een oost-westopstelling spreidt de productie breder. Voor een koppel dat 's morgens thuis is, over de middag wat verbruikt en in de vooravond kookt, zie ik oost-west geregeld beter aansluiten op het verbruik, ook als de theoretische jaaropbrengst wat lager ligt.
Twee daken, gelijkaardig aantal panelen, andere uitkomst
Parameter | Voorbeeld 1: Zuidgericht dak | Voorbeeld 2: Oost-westdak |
|---|---|---|
Jaarverbruik | 2.350 kWh | 2.350 kWh |
Paneelvermogen | 400 Wp | 400 Wp |
Theoretische uitkomst | Vaak 6 panelen | Vaak 6 tot 7 panelen |
Praktische keuze | 6 of 7, afhankelijk van marge en schaduw | 7 is vaker logisch door lagere specifieke opbrengst |
Belangrijkste aandachtspunt | Middagpiek goed benutten | Betere spreiding over ochtend en avond |
Waar ik in de praktijk op let
De klassieke vuistregel, 2.350 kWh is ongeveer 7 panelen, blijft nuttig als snelle eerste check. Meer is het niet.
Ik kijk daarna altijd naar drie dingen: of het dak die panelen technisch goed kan dragen, hoeveel stroom overdag rechtstreeks gebruikt wordt, en of er genoeg overschot is om een batterij later zinvol te laden. Zeker bij een tweepersoonshuishouden zie ik vaak dat de installatie zelf snel klopt, maar dat de economische logica van een batterij pas volgt als het avondverbruik structureel hoog ligt én er overdag voldoende productie overblijft.
Een goede rekensom stopt niet bij het aantal panelen. Ze moet ook passen bij het dak en bij het ritme van de bewoners.
Dakoriëntatie en wat dat betekent
Een koppel met 2.350 kWh verbruik en een mooi zuiddak krijgt vaak een andere uitkomst dan een koppel met exact hetzelfde verbruik op een oost-westdak. Niet omdat de vuistregel fout is, maar omdat dezelfde panelen op een ander dak een ander productieprofiel geven.
Zuid blijft de referentie, maar niet altijd de beste match
Op een goed zuidgericht dak reken ik meestal het snelst terug naar het klassieke vertrekpunt: ongeveer 2.350 kWh jaarverbruik komt vaak uit op 6 tot 7 panelen van 400 Wp. De hogere jaaropbrengst per kWp maakt dat logisch. Energy Protect legt in zijn uitleg over de opbrengst van zonnepanelen ook uit waarom zuid in België doorgaans de referentie blijft.
Toch kies ik voor een tweepersoonshuishouden niet automatisch voor "zo veel mogelijk op zuid". Wie overdag weinig thuis is en vooral 's avonds verbruikt, haalt uit een harde middagpiek vaak minder direct voordeel dan op papier lijkt. Dan telt niet alleen hoeveel kWh de installatie per jaar maakt, maar ook op welke uren die stroom beschikbaar is.
Een oost-westopstelling geeft meestal een lagere piek en een bredere productiecurve. In de praktijk zie ik dat geregeld beter aansluiten bij het ritme van een koppel dat 's morgens ontbijt met elektrische toestellen, overdag een basisverbruik heeft en in de vooravond kookt.
Hieronder zie je de video die dat in de praktijk goed helpt plaatsen.
Concreet Belgisch rekenvoorbeeld
Neem twee woningen met hetzelfde jaarverbruik van 2.350 kWh en panelen van 400 Wp.
Dakoriëntatie | Praktische inschatting | Aantal panelen 400 Wp | Waar ik op let |
|---|---|---|---|
Zuidgericht, weinig schaduw | Hogere specifieke opbrengst | vaak 6 | past de middagproductie bij het verbruik |
Oost-west, weinig schaduw | Lagere opbrengst per paneel, bredere spreiding | vaak 7 | betere match met ochtend- en avondverbruik |
Minder gunstige oriëntatie of extra schaduw | extra verlies door dak en omgeving | vaker 7 of meer | legplan, omvormer en schaduwbeeld |
Dat verschil van één paneel lijkt klein. Economisch kan het wel juist zitten. Op oost-west plaats ik bij een tweepersoonshuishouden regelmatig 7 panelen waar 6 op zuid voldoende kunnen zijn, omdat je wat opbrengst verliest door de oriëntatie maar tegelijk een bruikbaarder dagcurve krijgt.
Waar de echte knelpunten zitten
De eerste fout is te rekenen alsof elk dak zuid is. De tweede fout is alleen naar jaaropbrengst te kijken.
Bij oost-west moeten de dakvlakken breed genoeg zijn, moet de stringindeling kloppen en mag schaduw van schouw, dakkapel of buurgebouw het systeem niet scheeftrekken. Ook de verhouding tussen dag- en nachtverbruik speelt mee. Een koppel dat bijna alles pas na zonsondergang verbruikt, lost dat niet op met enkel extra panelen. Dan komt de vraag naar een batterij pas echt op tafel, maar alleen als er overdag genoeg overschot is om die ook zinvol te laden.
Daarom blijft mijn volgorde altijd dezelfde: eerst het dak, dan het verbruiksritme, pas daarna het exacte aantal panelen. De vuistregel van 7 panelen is een bruikbaar beginpunt. De juiste keuze hangt af van hoe dat dak in België werkelijk produceert op de uren dat het huishouden stroom vraagt.
Tips om de opbrengst te maximaliseren
Een installatie voor twee personen is klein genoeg om snel goed te zitten, maar ook klein genoeg om fouten meteen te voelen. Bij 6 of 7 panelen maakt een halve dag schaduw op één module al merkbaar verschil op jaarbasis. Daarom kijk ik hier minder naar de folderopbrengst en meer naar de praktische uitwerking op het dak.
Bij een klassiek Belgisch koppel met ongeveer 2.350 kWh verbruik kom je vaak uit op 7 panelen als vuistregel. Dat blijft alleen een goede keuze als die panelen ook bruikbaar produceren op de uren dat er vraag is. Een oost-westopstelling met nette ochtend- en avondproductie kan voor zo'n huishouden interessanter zijn dan een theoretisch sterkere zuidopstelling met een minder gunstige verbruiksmatch.
Waar kleine installaties vaak rendement verliezen
Schaduw is de eerste verliespost. Een schouw, dakkapel of hoge boom pakt niet alleen watt af op het getroffen paneel, maar kan bij een slecht ontworpen string ook de rest van de reeks afremmen. In zulke gevallen bekijk ik of optimizers of micro-omvormers de meerprijs waard zijn.
De tweede fout zit in de elektrische opbouw. Op oost-west moeten de dakvlakken correct gescheiden worden, anders krijg je een onrustige productiecurve en laat de omvormer potentieel liggen. Dat zie je vooral bij compacte systemen, waar elke module relatief zwaar doorweegt.
Op platte daken gaat het vaak mis in de rijafstand. Wie maximaal wil volleggen, zet de rijen soms te dicht op elkaar. Dan verlies je opbrengst door onderlinge schaduw, vooral in de lagere zonnestanden.
Monitoring wordt ook onderschat. Zonder opvolging merk je een probleem vaak pas op de jaarafrekening, terwijl een app of portaal meestal veel vroeger toont dat een string achterblijft.

De praktische checklist die ik opmeet
Controleer het legplan tot op de dakdetails Niet alleen de bruto dakmaat telt. Schoorstenen, veluxen, dakranden en veiligheidsafstanden bepalen of 6 panelen netjes passen of dat 7 technisch toch beter uitkomen.
Stem de omvormer af op de werkelijke configuratie Een tweepersoonshuishouden heeft zelden baat bij nodeloze complexiteit. De juiste omvormer hangt af van oriëntatie, stringindeling, eventuele schaduw en de vraag of latere batterijsturing al mee voorzien moet worden.
Beperk warmte en vervuiling waar mogelijk Panelen presteren beter met voldoende ventilatie eronder. Op daken nabij bomen of druk verkeer plan ik altijd een eenvoudige visuele controle in, omdat vuil en afzetting de productie stilaan kunnen drukken.
Kijk naar zelfverbruik, niet alleen naar jaaropbrengst Wie overdag bijna niets verbruikt en alles pas ’s avonds gebruikt, haalt minder uit extra panelen alleen. Dan is het slimmer om eerst verbruik te verschuiven naar de zonnige uren, bijvoorbeeld vaatwasser of wasmachine overdag laten draaien.
Een Belgisch rekenvoorbeeld
Neem een koppel in Vlaams-Brabant met een jaarverbruik rond 2.350 kWh. Op een zuiddak zonder noemenswaardige schaduw kan 6 panelen al dicht in de buurt komen. Op een oost-westdak plaats ik in de praktijk vaker 7 panelen, omdat de opbrengst per paneel wat lager ligt maar de productie beter spreidt over ochtend en vooravond.
Voor datzelfde koppel maakt die spreiding vaak meer uit dan de piek rond de middag. Zeker als er overdag deels thuis gewerkt wordt of toestellen overdag kunnen draaien, stijgt het nuttig eigen verbruik zonder dat je meteen naar een batterij moet grijpen.
Voor simulaties gebruik ik meestal PVGIS of PVSyst, samen met het legplan en het verbruiksprofiel. sun4power werkt ook met dat soort rendementsimulaties, zodat een koppel niet alleen een paneelaantal krijgt, maar een technisch onderbouwde inschatting van wat het dak echt kan leveren.
Een proper ontwerp wint hier bijna altijd van één extra paneel.
Wanneer een thuisbatterij zinvol wordt
Een koppel met 7 panelen op een oost-westdak kan op jaarbasis mooi uitkomen, en toch blijft de stroomfactuur tegenvallen. Dat zie ik vaak bij huishoudens die overdag weinig afnemen en pas tussen 18 en 23 uur echt verbruiken. Dan zit het knelpunt niet meer in het aantal panelen, maar in de timing van productie en afname.
Bij twee personen is een thuisbatterij pas interessant als er regelmatig middagoverschotten zijn die anders goedkoop op het net vertrekken, terwijl het eigen verbruik vooral later valt. Koken op inductie, was en droogkast in de avond, een kleine plug-in hybride of structureel nachtverbruik kunnen dat beeld snel doen kantelen.
Waar ik in de praktijk eerst naar kijk
De klassieke vuistregel van ongeveer 2.350 kWh en 7 panelen blijft bruikbaar als startpunt. Voor de batterijbeslissing is ze te grof. Dan kijk ik naar het verbruiksprofiel per uur, niet alleen naar het jaarcijfer.
Drie situaties maken bij een tweepersoonshuishouden meestal het verschil:
Veel afname na zonsondergang Dan kan een batterij een deel van het middagoverschot doorschuiven naar de avond.
Overdag weinig iemand thuis Zelfverbruik blijft dan vaak beperkt, zelfs met een correct gedimensioneerde PV-installatie.
Oost-westopstelling in plaats van zuid Zo'n dak spreidt de productie beter over de dag. Dat helpt vaak al veel, waardoor een batterij minder snel nodig is dan op een zuiddak met een scherpe middagpiek.
Belgisch rekenvoorbeeld
Neem een koppel in Antwerpen met een jaarverbruik van ongeveer 2.350 kWh en 7 panelen op een oost-westdak. Op papier is dat een logische combinatie. In de praktijk hangt het resultaat sterk af van hun ritme.
Werken beide personen overdag buitenshuis en gebeurt koken, wassen en laden pas ’s avonds, dan blijft er geregeld zonneproductie over die niet meteen gebruikt wordt. In zo'n dossier reken ik eerst uit hoeveel stroom effectief naar de avond verschoven kan worden. Pas als dat overschot vaak terugkomt, heeft opslag zin. Anders gaat het budget beter naar verbruikssturing of naar een soberder PV-configuratie.
Wie die oefening grondiger wil bekijken, vindt hier een duidelijke uitleg over wanneer een thuisbatterij met zonnepanelen rendabel wordt.
Wanneer ik nog zou wachten
Een batterij te vroeg plaatsen gebeurt vaker dan te laat plaatsen. Bij een klein huishouden zie ik vooral drie valkuilen: te weinig bruikbaar overschot, een te kleine avondvraag, of een dakopstelling die de productie al mooi spreidt.
Daarom geef ik meestal eerst dit advies:
laat grootverbruikers draaien tijdens zonnige uren als dat praktisch haalbaar is
bekijk minstens enkele maanden het werkelijke verbruiksprofiel
stem de batterijcapaciteit af op avond- en nachtverbruik, niet op de maximale paneelopbrengst
De beste keuze voor twee personen is zelden “panelen plus batterij” als standaardpakket. De juiste keuze is de combinatie die past bij het dak, het ritme in huis en de hoeveelheid stroom die u echt zelf kunt houden.
Volgende stap met Sun4power
Voor een koppel dat serieus wil weten hoeveel zonnepanelen nodig zijn voor 2 personen, eindigt de oefening niet bij een vuistregel. De juiste volgende stap is een schouwing met legplan en rendementsimulatie. Pas dan weet je of jullie beter uitkomen op 6 panelen, 7 panelen of een andere configuratie door dakvorm, schaduw of toekomstplannen.
Wat een goede voorstudie moet opleveren
Een degelijke offerte voor een Belgisch tweepersoonshuishouden hoort minstens dit te bevatten:
Een technische dakopname Niet alleen “plaats genoeg”, maar een echt legplan met obstakels en vrije zones.
Een rendementsimulatie Liefst op basis van Belgische opbrengstgegevens en met correctie voor oriëntatie, schaduw en omvormerverliezen.
Een verbruiksvertaling De installateur moet niet alleen het huidige jaarverbruik bekijken, maar ook geplande uitbreidingen zoals elektrisch rijden of een warmtepomp.
Welke vakkennis u mag verwachten
Vraag naar erkende plaatsing, documentatie van componenten en aantoonbare ervaring met residentiële PV in België. Goede installateurs werken met duidelijke elektrische schema's, correcte stringindeling en heldere communicatie over monitoring, nazorg en aanmelding.
Bij Sun4power kunt u daarvoor rechtstreeks contact opnemen via info@sun4power.be of 0498114444. U kunt ook vooraf ervaringen bekijken via de Google reviews van Sun4power.
Certificaten en vertrouwen
Certificering is in deze markt geen detail. Ze toont dat een installateur volgens de juiste normen werkt en niet alleen panelen verkoopt. Vraag dus altijd naar onze certificaten en naar de concrete werkwijze voor opmeting, simulatie, plaatsing en opvolging.
Voor koppels is dat extra belangrijk. Een kleinere installatie lijkt eenvoudiger, maar net daar moet de afstemming goed zitten. Eén verkeerd gekozen uitgangspunt weegt procentueel zwaarder door dan bij een groot dak met veel marge.
Sun4power helpt Belgische koppels met een legplan, rendementsimulatie en een realistische inschatting van hoeveel panelen hun dak echt nodig heeft. Als u wilt weten of uw woning dichter bij 6 of 7 panelen zit, of dat een oost-westdak een andere aanpak vraagt, vraag dan een vrijblijvende analyse aan via sun4power.

Opmerkingen